Wat kost een stockbreuk in de groothandel en distributie?
De klant wacht, koopt een alternatief bij jou, of gaat naar een concurrent.
Waar je geld verliest
Gemiste marge. Op het ontbrekende artikel, of in het slechtste geval op het volledige order waar het in zat.
Klantverloop. Wie bij de concurrent kocht, komt misschien niet meer terug.
Spoedleveringen en extra handling. Nazendingen en deelleveringen kosten meer dan één normale levering.
Backorder-administratie. Elke openstaande lijn vraagt opvolging, communicatie en uitzonderingen in je proces.
Hoe berekenen?
- Potentiële omzet = gerealiseerde omzet / (1 − stockbreuk% × (1 − behoudkans))
- Verloren omzet = potentiële omzet − gerealiseerde omzet
- Direct margeverlies = verloren omzet × brutomarge%
- Customer Lifetime Revenue (CLR) = verloren omzet × klanthorizon
- Customer Lifetime Value (CLV) = CLR × brutomarge%
- Toekomstig verloren omzet = CLR × vertrekkans
- Toekomstig margeverlies = CLV × vertrekkans
- Personeelstijd = teamgrootte (FTE) × % tijd aan stockbreuken × loonkost per FTE
- Totale impact = direct + toekomstig margeverlies + personeelstijd
De Kosten
Omrekenen naar potentiële omzet corrigeert een veelgemaakte fout: je omzetcijfers bevatten de gemiste verkopen niet, waardoor rekenen op de gerealiseerde omzet de vraag onderschat. In de vakliteratuur heet dit gecensureerde vraag, en het berekenen ervan is een eigen onderzoeksdomein.
Let op met wat je invult. De meeste bedrijven kennen hun artikelbeschikbaarheid, bijvoorbeeld 95% van de artikels leverbaar. Dat cijfer onderschat het probleem meestal want stockbreuken treffen vaker de snellopers, met een grotere impact op de omzet tot gevolg. Vijf procent van je artikels kan makkelijk een veelvoud daarvan in gevraagde omzet zijn. Meet je stockbreuken daarom ook in euro's gevraagde omzet. En er blijft een blinde vlek: vraag naar artikels die je niet in je assortiment opnam, verschijnt in geen enkel systeem als stockbreuk. Ook daarom is de uitkomst een ondergrens, en loont het om regelmatig te herbekijken wat je op voorraad houdt en wat niet.
Hoeveel klanten je bij een stockbreuk verliest, is voor B2C-retail goed onderzocht. De studie van Gruen en Corsten bij 72.000 klanten in supermarktproducten vond dat 31% bij een andere winkel koopt en 9% helemaal niet koopt; 45% kiest een substituut en 15% stelt de aankoop uit. Voor B2B-groothandel bestaan zulke benchmarks nauwelijks, schat de behoudkans daarom op basis van je eigen ervaring of probeer het te meten.
Dat klanten na een stockbreuk later minder kopen, is experimenteel aangetoond: Anderson, Fitzsimons en Simester maten bij een postorderbedrijf dat klanten na een stockbreuk in volgende periodes minder bestelden.
Bereken het voor jouw groothandel
Impact van stockbreuken berekenen
Meet in % van de gevraagde omzet, niet in % van je artikels. 95% artikelbeschikbaarheid kan veel meer dan 5% van de vraag treffen als net je snellopers uitverkocht raken. Richtwaarde: in supermarkten staat gemiddeld 8% van de artikelen niet in de rekken (Gruen & Corsten, 2002). Let op: dat is op artikelniveau, niet in % van de omzet.
Dus 60% koopt elders. Richtwaarde: in supermarkten blijft 60% van de kopers bij de winkel: 45% kiest een substituut en 15% stelt de aankoop uit (Gruen & Corsten, 2002).
Richtwaarde: bij een postorderbedrijf lag de vraag van klanten die een volledige stockbreuk meemaakten in de 13 maanden nadien ongeveer 22% lager (Anderson, Fitzsimons & Simester, 2006).
Wat je omzet had kunnen zijn
Omzet
Marge
Personeelstijd
Totaal
- Marge dit jaar€ 46.392
- Marge volgende jaren€ 34.794
- Personeelstijd€ 33.000
Benieuwd wat dit jou kost?
Kort gesprek, daarna een persoonlijke berekening voor jouw situatie.